Copy
Use this area to offer a short preview of your email's content.
View this email in your browser

 

Rotterdams Resumé

Maandelijkse nabeschouwing van de belangrijkste ontwikkelingen, jurisprudentie en trending topics met commentaar door het ESBL voor de LVLB.
 
 
April 2014
 
  

Inhoud

 
Ontwikkelingen & Media
Wetsvoorstel Regels voor bedrijveninvesteringszones
 
Rechtspraak
Aanscherping vuistregels bewijslastverdeling opbrengstnorm door Hoge Raad
 
Trending Topics
Ondernemersfonds met reclamebelasting
 
Aankondigingen & Publicaties
 

Ontwikkelingen & media

 
Wetsvoorstel Regels voor bedrijveninvesteringszones


Het wetsvoorstel voor een de Wet op de bedrijveninvesteringszones is na advies door de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: RvS) ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2013-2014, 33 917, nrs. 1-4). Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het eerder bekendgemaakte wetsvoorstel dat voor advies naar de RvS is gezonden.
 
1.Omschrijving activiteiten (internet)
In het wetsvoorstel voor de Raad van State was opgenomen dat onder de openbare ruimte (in de BI-Zone) mede het internet wordt verstaan (art. 1, lid 3 van die versie van het wetsvoorstel). Dit is gewijzigd. Het voorgestelde wetsartikel waarin de mogelijke activiteiten van de BIZ worden omschreven luidt nu:
“ De BIZ-bijdrage is een bestemmingsheffing die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.”

Het begrip internet is daarmee losgekoppeld van het begrip openbare ruimte, conform het advies van de RvS. Wel is hiervan het gevolg dat tekstueel ook activiteiten op het internet moeten zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in en de ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Aangenomen mag worden dat als de activiteiten in de openbare ruimte voldoen aan de wettelijke omschrijving, de ondersteunende activiteiten op internet, hier eveneens aan zullen voldoen.
 
2.Draagvlakeisen bij verlenging BIZ
Op basis van het advies van de RvS is de voorgestelde verlaging van de draagvlakeisen bij verlenging van een BI-Zone geschrapt uit het wetsvoorstel.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel was in het tweede lid van artikel 3 een verlaging van de draagvlakeis voorgesteld ten opzichte van hetzelfde artikellid in de huidige Experimentenwet. Voorgesteld werd dat voor verlenging voldoende was dat ten minste de helft van de bijdrageplichtigen zich vóór de verlenging heeft uitgesproken (in plaats van tweederde deel). De gedachte achter de voorgestelde verlaging was dat de vereiste respons lastiger is te realiseren bij verlenging, omdat de uitgangspositie en daarmee de urgentie van een andere orde is dan bij een nieuwe zone. De RvS acht voldoende draagvlak voor een blijvend succes van de BIZ van belang. Het voorstel zou betekenen dat een BIZ zou kunnen worden verlengd met steun van slechts een kwart van de ondernemers. Bovendien is onder de Experimentenwet nog geen ervaring opgedaan met verlenging van BI-Zones zodat nog niet vaststaat of de door de indieners geuite vrees gegrond is.
 
3.Intrekken van verordening gedurende de looptijd
In de Experimentenwet (art. 6, lid 1) en in het wetsvoorstel was de bepaling opgenomen dat de gemeenteraad de verordening zo spoedig mogelijk intrekt als blijkt van voldoende steun daarvoor onder bijdrageplichtigen. Dit wordt gewijzigd in die zin dat de gemeenteraad zo spoedig mogelijk een besluit neemt over intrekking van de verordening indien hiervoor voldoende steun is bij bijdrageplichtigen.
De RvS acht dit een niet wenselijke inperking van de beleidsruimte van de gemeenteraad die deze op basis van art. 216 Gemeentewet heeft omdat het de gemeenteraad gebiedt tot het intrekken van een belastingverordening als blijkt van voldoende steun voor intrekking (de RvS verwijst daarbij naar haar advies bij de Experimentenwet BI-Zones (Kamerstukken II, 2007/08, 31 430, nr. 4, p. 5).
 
4.Nadere motivering stapeling aanslagen eigenaren/gebruikers
De RvS vraagt om nadere argumentatie voor de mogelijkheid om zowel eigenaren als gebruikers aan te slaan. Ten tijde van de invoering van de Experimentenwet is daar onder meer niet voor gekozen omdat zo een relatief nadeel ontstaat voor ondernemingen met eigen vastgoed. De RvS vraagt nader te motiveren waarom dit argument niet meer zou gelden. De regering geeft aan dat oneigenlijke afwenteling wordt voorkomen door te verzekeren dat elke bijdrageplichtige een evenredige stem krijgt bij de draagvlakmeting en bovendien dat zowel een meerderheid van de gebruikers als een meerderheid van de eigenaren zich voor een ‘gemengde’  BI-Zone moeten uitspreken wil sprake zijn van voldoende steun. De regering bedoelt met oneigenlijk gebruik kennelijk dat een bepaalde meerderheid van gebruikers de belastingplicht voor eigenaren kan afdwingen. De regering rept met geen woord over het feit dat eigenaren de aanslag BIZ mogelijk zullen gaan verrekenen in de huur (wanneer eigendom en gebruik niet in één hand zijn).

5. Nadere motivering staatssteun
De RvS vraagt de regering nader te motiveren waarom geen sprake van staatssteun is in geval van de subsidie aan de stichting. Dit advies is door de regering opgevolgd. Er wordt daarbij gewaarschuwd dat de subsidie geen staatssteun is, maar een additionele bijdrage uit de algemene middelen of het voor eigen rekening nemen van de perceptiekosten door een gemeente mogelijk wel als verboden staatssteun kan kwalificeren. In die gevallen kan wel mogelijk een beroep gedaan worden op de de-minimisdrempel (per onderneming mag maximaal € 200.000 steun worden verleend over een periode van 3 belastingjaren).
 
 

Rechtspraak

 
Aanscherping vuistregels bewijslastverdeling opbrengstnorm door Hoge Raad

HR 4 april 2014, nr. 12/05118, ECLI:NL:HR:2014:780

De Hoge Raad heeft in 2009 (HR 24 april 2009, nr. 07/12961, ECLI:NL:HR:2009:BI1968) vuistregels gegeven voor de stelplicht en bewijslast bij geschillen over de zogenoemde opbrengstnorm van artikel 229b Gemeentewet. Op 4 april jongstleden heeft hij deze nader uitgelegd. De Hoge Raad komt tot het oordeel dat het hof te vergaande eisen stelt aan wat van de heffingsambtenaar in dit kader mag worden verwacht (en te lage eisen aan belanghebbende). Deze relativering van de Hoge Raad was hard nodig, gezien de verschillen die in de jurisprudentie ontstonden in interpretatie van het de bewijsregels uit 2009. Als gevolg van de aanvulling van de Hoge Raad zullen vermoedelijk minder verordeningen en tarieventabellen leges onverbindend worden beoordeeld dan afgelopen tijd.

De vuistregels, zoals die door de Hoge Raad zijn aangevuld luiden:
  • In het kader van de toetsing aan de opbrengstlimiet is pas dan plaats voor een correctie van de omvang van de volgens de gemeentelijke begroting geraamde bedragen aan opbrengsten en lasten, indien de gemeente deze opbrengsten en lasten niet in redelijkheid op die bedragen heeft kunnen ramen.
  • De gemeente hoeft niet van alle in de verordening en tarieventabel genoemde diensten afzonderlijk en op controleerbare wijze vast te legen hoe zij de kosten daarvan heeft geraamd.
  • De heffingsambtenaar moet bij betwisting van belanghebbende inzicht verschaffen in de ramingen.
  • Nadere inlichtingen kunnen enkel van hem worden verlangd voor zover belanghebbende voldoende gemotiveerd heeft gesteld waarom naar haar oordeel ten aanzien van een of meer bepaalde posten in de raming redelijke twijfel bestaat of sprake is van een ‘last ter zake’.
  • De nadere inlichtingen moet de heffingsambtenaar naar vermogen – dat wil zeggen in de mate waarin hij daartoe in de gegeven omstandigheden in redelijkheid in staat is – verstrekken.
  • De nadere inlichtingen houden in dat duidelijk wordt gemaakt op grond waarvan de stelling(en) van de belanghebbende worden betwist, en waarom de door de belanghebbende opgeworpen twijfel ongegrond is.
  • De heffingsambtenaar hoeft niet te bewijzen dat die twijfel ongegrond is. De bewijslast ten aanzien van de feitelijke onderbouwing van het beroep op limietoverschrijding rust op de belanghebbende.
 

Zie hier voor de discussie op LinkedIn over deze uitspraak
 
 
 

Trending Topics
 

De belangrijkste discussies op de groepspagina van de LVLB
 
Ondernemersfonds met reclamebelasting
 
Hof Arnhem-Leeuwarden 8 april 2014, nrs. 13/00583 en 13/00584, ECLI:NL:GHARL:2014:2898  
 
Samenvatting 
 
Volgens belanghebbende, die een café in binnenstad van Almelo exploiteert, is er geen objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het feit dat de heffing van de reclamebelasting beperkt blijft tot de binnenstad. Zij voert aan dat – voor zover zij weet – het (uit de belastingopbrengst gesubsidieerde) ondernemersfonds alleen verantwoordelijk is voor de sfeerverlichting die tijdens de Kerstperiode in de binnenstad is aangebracht. De heffingsambtenaar kan ter zitting geen nadere informatie verschaffen over de activiteiten en voorzieningen die het ondernemersfonds met de subsidie heeft gerealiseerd.
Het Hof stelt voorop dat het de gemeente op grond van artikel 227 van de Gemeentewet vrij staat om een reclamebelasting in te voeren en voorts dat de gemeente niet verplicht is om de opbrengst aan te wenden voor een bepaald doel (vgl. Hoge Raad 21 juni 2000, nr. 33.816, ECLI:NL:HR:2000:AA6253).

Verder heeft te gelden dat het feit dat de reclamebelasting het karakter heeft van een algemene belasting er niet aan in de weg staat dat een gemeente de heffing van deze belasting beperkt tot een gedeelte van haar grondgebied, mits voor die beperking een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat (Hoge Raad 11 november 2011, nr. 10/04446, ECLI:NL:HR:2011:BR4564).

In het algemeen moet ervan worden uitgegaan dat, indien een gemeente besluit de opbrengst van een reclamebelasting te besteden aan activiteiten en voorzieningen in bepaalde gebieden, en zij het object van de heffing heeft beperkt tot openbare aankondigingen in het desbetreffende gedeelte van haar grondgebied, er sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor die beperking. Echter, indien, zoals in dit geval, een belanghebbende gemotiveerd weerspreekt dat dergelijke activiteiten en voorzieningen daadwerkelijk worden gefinancierd met de opbrengst van de reclamebelasting, ligt het op de weg van de heffingsambtenaar zulks aannemelijk te maken. Hetgeen de heffingsambtenaar in dit kader heeft bijgebracht, is onvoldoende om tot dit oordeel te komen. Nu een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het geografische beperken van de heffing van reclamebelasting in de gemeente Almelo niet aannemelijk is geworden, kunnen de onderhavige aanslagen niet in stand blijven, aldus het hof.
 
  Commentaar

De Hoge Raad geeft in de door het hof aangehaalde arresten aan gemeenten vrijheid om hun algemene belastingen te beperken tot een bepaald gedeelte van hun grondgebied. In het genoemde arrest uit 2000 heeft de gemeente Hellendoorn dat gedaan met de hondenbelasting en in het arrest uit 2011 ging het over de reclamebelasting van de gemeente Doetinchem. Om strijd met het gelijkheidsbeginsel te voorkomen, dient voor die beperking wel een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond aanwezig te zijn. In beide arresten wordt die rechtvaardiging gevonden in het profijt dat de groep belastingplichtigen heeft van de door de gemeente aangelegde voorzieningen, respectievelijk de door de stichting ondernemersfonds gedane uitgaven in het betreffende gebied van het ondernemersfonds. In dit geval kan de gemeente Almelo niet aangeven waaraan de in de vorm van subsidie uitgekeerde belastingopbrengst is uitgegeven. Met andere woorden: niet kan worden vastgesteld of er sprake is van profijt van de groep belastingplichtigen (de ondernemers die openbaar aankondigen). De belastingrechter kan dan niet beoordelen of in dit geval sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling die eruit bestaat dat belanghebbende wel belastingplichtig is en een ondernemer buiten het gebied waarin reclamebelasting wordt geheven niet.
 
Zie hier voor de discussie op LinkedIn over deze uitspraak
 
 
 

Aankondigingen & Publicaties


Verschenen
 
  • M.J.M. de Jonckheere, A.W. Schep en A.P. Monsma, ‘Open versus gesloten belastingstelsel: een vergelijkende studie van gemeentebelastingen in België en Nederland’, Vlaams tijdschrift Lokale en Regionale Belastingen (L.R.B.) 2013/3-4, p. 22-57, verschenen in het eerste kwartaal van 2014.
 
Verschijnt binnenkort
 
  • Column prof. dr. M.J.M. (Miguel) de Jonckheere: Kostenverhaal leges: ‘exact algemeen’ of liever ‘benaderend individueel’? Verschijnt eind mei op de site van LVLB.
  • Congresbundel ESBL-Studiedag 8 oktober 2013 over formeelrechtelijke bepalingen van gemeentebelastingen in Nederland, België en Duitsland. Het boek bevat de volgende bijdragen: 1. De gemeentelijke onderzoeksbevoegdheden (J. Batterink), 2. Bewijs en heffingsgrondslag bouwleges (H. Scherff), 3. Sancties bij gemeentelijke belastingen (G.J.M.E. de Bont), 4. Verslag van de bijdrage van A. Van Eijsden over invordering (T.A. Keijzer), 5. Bezwaar en beroep in decentrale belastingzaken (G.J. van Leijenhorst), 6. Local Taxation in Germany (S. Kempny) en 7. Formeel fiscaal recht bij gemeentebelastingen in Vlaanderen en België (M.J.M. de Jonckheere). De bundel wordt uitgegeven in de serie ESBL-brochures en binnenkort te bestellen via www.esbl.nl. De deelnemers aan de studiedag krijgen het gratis thuisgestuurd. 
 
 
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Rotterdams Resumé is een zelfstandige uitgave van het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) voor de LVLB. De nieuwsbrief is samengesteld door mw. mr. A.P. (Anneke) Monsma en mr. dr. A.W. (Arjen) Schep, beide wetenschappelijk onderzoeker bij het ESBL. De omzetting naar een digitale nieuwsbrief is gedaan door Merijn Dijkman van de LVLB.

Designing Your Email

Creating an elegant email is simple

Now that you’ve selected a template to work with, drag in content blocks to define the structure of your message. Don’t worry, you can always delete or rearrange blocks as needed. Then click “Design” to define fonts, colors, and styles.

Need inspiration for your design? Here’s what other MailChimp users are doing.

Copyright © 2014 Landelijke Vereniging Lokale Belastingen, All rights reserved.


unsubscribe from this list    update subscription preferences 

Email Marketing Powered by Mailchimp